GLIMS/xCare/poliplus/Cyberlab
Sitemap | Contact | Language
EN NL
Logo Medische Microbiologie en Infectie preventie
Home Medische Microbiologie Patiëntenzorg en diagnostiek Onderzoek Onderwijs en opleiding Algemene informatie
Bildmotiv
GLIMS FAQ xCare FAQ Poliplus Downloads
Home » GLIMS » FAQ xCare

GLIMS – FAQ xCare

Frequently asked questions

  1. Hoe bepaal ik in welke service unit je welke aanvraag moet doen?
  2. Antwoord:

    • Betreft het ander materiaal dan bloed en is het te onderzoeken micro-organisme geen virus, ga naar ‘Microbiologische Kweken’. Uitzonderingen zijn: PCR op atypische bacteriële luchtwegverwekkers (Mycoplasma, Q-koorts (=Coxiella burnetti), Legionella, Chlamydophila pneumoniae en C. psittaci) en PCR op SOA’s (Chlamydia trachomatis, gonokok en Treponema pallidum). Deze staan in PCR/Typering/Sequenci.
    • Betreft het materiaal ander materiaal dan bloed en onderzoek op een virus: ga naar ‘PCR/Typering/Sequenci’
    • Is het materiaal bloed of liquor en gewenst onderzoek is antistoffen of viraal antigeen of liquor-serum index of quantiferon: ga naar ‘Antigeen/antistoffen’
  3. Wat moet ik doen als er meerdere stickers worden geprint?
  4. Antwoord:
    Het is van belang alle stickers te versturen naar het laboratorium, omdat de administratie van het laboratorium aan de stickers kan zien naar welke afdeling(en) het materiaal doorgestuurd moet worden. Zijn er meerdere stickers, dan zal het materiaal opgesplitst worden voor verwerking op verschillende afdelingen (bacteriologie en virologie). Indien de aard van het materiaal het toestaat, is het handig als het materiaal al door de aanvrager gescheiden wordt opgestuurd (bijv. BAL of liquor opvangen in 2 buizen bij aanvraag op bacterie en virus). Voor viraal onderzoek is minimaal 2 ml vloeistof wenselijk. Voor bacterieel onderzoek is minimaal 5-10 ml wenselijk (in het bijzonder als ook onderzoek op TBC wordt aangevraagd). Als het niet mogelijk is materiaal te splitsen, plak dan 1 sticker op de container en stuur de overige stickers los mee met het materiaal in een gesloten oranje verzendzakje.

  5. Hoe bepaal ik welke prioriteit van toepassing is?
  6. Antwoord:
    In de meeste gevallen is de prioriteit ‘Aanvrager neemt zelf af’ van toepassing. Hierop zijn de volgende uitzonderingen:

    • De prioriteiten ‘Ochtend prikronde’, ‘ Middag prikronde’, ‘Weekeinde’, ‘Beatrix kinder prikronde’ is mogelijk voor afname van bloedbuizen of bloedkweken via een punctie (NB: voor bloedkweken heeft afname tijdens een koortspiek de voorkeur!)
    • De prioriteit ‘Poli’ is bedoeld voor materiaal dat afgenomen kan worden door de prikpoli. In dat geval moet tevens onder in het scherm ‘Orderbrief aangevinkt worden’. Dit betreft:
      • Afname van bloedbuizen
      • Bloedkweken via een punctie,
      • Urine midstroom (let op, bij andere wijze van urine-afnames moet de prioriteit altijd staan op ‘Aanvrager neemt zelf af)’
      • Neuskweken op S. aureus (bij Wegener patiënten)

    Voor ‘thuiskweeksets’ voor feces of sputum, zie Hoe moet ik een aanvraag doen als ik een patiënt een ‘thuiskweekset’ voor feces of sputum wil meegeven?

  7. In het scherm zijn de (meeste) onderzoeken lichtblauw van kleur en niet aan te klikken. Waarom is dat?
  8. Antwoord:
    In dat geval is de ‘Prioriteit’ niet juist ingesteld. Pas de ‘Prioriteit’ aan in ‘Aanvrager neemt zelf af’ (zie ook de vraag: Hoe bepaal ik welke Prioriteit van toepassing is?).

    Bild

  9. Welke materialen voor de Medische Microbiologie kunnen op de prikpoli worden afgenomen?
  10. Antwoord:
    De prioriteit ‘Poli’ is bedoeld voor materiaal dat afgenomen kan worden door de prikpoli. In dat geval moet tevens onder in het scherm ‘Orderbrief’ aangevinkt worden. Dit betreft:

    • Afname van bloedbuizen
    • Bloedkweken via een punctie
    • Urine midstroom (let op, bij andere wijze van urine-afnames moet de prioriteit altijd staan op ‘Aanvrager neemt zelf af!)’
    • Neuskweken op S. aureus (bij Wegener patiënten)

    Thuiskweeksets voor feces of sputum dienen ook via de prioriteit ‘Poli’ te worden afgenomen. Deze sets zijn echter niet op voorraad bij de prikpoli, maar op de poliklinieken die gebruik maken van deze sets. Zie voor aanvullende informatie bij Hoe moet ik een aanvraag doen als ik een patiënt een ‘thuiskweekset’ voor feces of sputum wil meegeven?

  11. Hoe moet ik een aanvraag doen als ik een patiënt een ‘thuiskweekset’ voor feces of sputum wil meegeven?
  12. Antwoord:

    • Kies bij ‘Prioriteit’ de optie ‘Poli’.
    • Vink onder in het scherm ‘Orderbrief’ aan.
    • Instrueer de patiënt dat hij/zij op de container het UMCG-nr, naam, geboortedatum en de afnamedatum van het materiaal vermeld. Tip: geef de patiënt een voorgedrukt etiket mee voorzien van de persoonsgegevens.
    • Het is essentieel dat de orderbrief wordt meegestuurd in de verzendenvelop. Tip: stop de orderbrief vast in de verzendenvelop.

    NB: thuiskweeksets zijn niet aanwezig bij de prikpoli. Deze dienen op voorraad te worden gehouden op de poliklinieken die er gebruik van maken. Dit betreft o.a.

    • De Kinderpolikliniek (sets voor sputum met code SU, ‘feceskweken’ met Code FK (bevat 1 potje, is ook geschikt voor standaard parasitologisch onderzoek) en sets voor parasitologisch onderzoek indien ook onderzoek op Blastocystis gewenst is (Code TFT; NB: deze sets bestaat thans uit 2 containers. Beide containers mogen op de zelfde dag gevuld worden).
    • De Interne polikliniek (poli 17; sets met code FK en TFT).
    • De Longziekten polikliniek (sputumset, code SU).
  13. Wanneer moet ik een virus detecteren met PCR (detectie van genetisch materiaal) en wanneer met een serologische test (detectie antistoffen)?
  14. Antwoord:
    In het algemeen geldt dat serologie nuttig is om te zien of een patiënt de infectie heeft doorgemaakt of om te zien of de patiënt een bepaald virus latent bij zich draagt. PCR wordt gedaan om te zien of de patiënt een actieve infectie heeft. In bepaalde gevallen kan beter helemaal geen serologie gedaan worden: na ontvangst van immunoglobulines en bij mensen met hypo- of agammaglubulinemie. Bij pasgeborenen wordt alleen in uitzonderlijke gevallen serologie gedaan; neem bij twijfel contact op met de dienstdoende viroloog.

  15. Hoe kan ik nakijken op welke verwekkers onderzoek plaatsvindt bij de aanvraagmogelijkheden op het tabblad ‘Pakketten’ in de service unit MMB PCR/typering/Sequenci en op het tabblad ‘Screeningen’ in de service unit Antigeen/antistof?
  16. Antwoord:
    Dit is na te kijken in de bepalingenwijzer. Deze is te vinden door te klikken op de knop microscoop in de menubalk van intranet).

    Bild

  17. Welk soort bloed moet worden afgenomen voor serologisch onderzoek?
  18. Antwoord:
    Serologisch onderzoek moet, zoals de naam al zegt, uitgevoerd worden op serum. Serum wordt verkregen door bloed te laten stollen. Er dient dus een stolbloed (stolbuis) te worden afgenomen. Voor de Medische Microbiologie gaat de voorkeur uit naar een stolbloed buis met een gel (geel/oranje dop).

  19. Hoe vraag ik een liquor-serum index aan?
  20. Antwoord:
    Bij een liquor-serum index wordt onderzocht of er antistofvorming is in de liquor. Zo kan worden bepaald of er sprake is van een infectie in de hersenen. De test wordt toegepast voor Borrelia burgdorferi (verwekker van ziekte van Lyme) en Treponema pallidum (verwekker van Lues = Syfilis). Hiervoor dient gelijktijdig een liquor en een stolbuis te worden ingestuurd. Het onderzoek kan worden aangevraagd via de service unit ‘MMB Antigeen/antistof ’. Kies bovenaan het tabblad ‘Losse bepalingen bacterieel’. Vink aan ‘Borrelia index’ of ‘Lues index’.

  21. Hoe kan ik het beste onderzoek doen op respiratoire virussen?
  22. Antwoord:

    • In het algemeen heeft de afname van een nasofarynx uitstrijk de voorkeur. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van een dunne, flexibele wattenstok, een zogenaamde ‘flocked swab’. Deze wordt over de neusbodem horizontaal naar achteren gestoken (zie figuur). De wattenstok wordt vervolgens in UTM medium gedaan en afgebroken. UTM is een buisje met een rode dop en bevat een rode vloeistof met kraaltjes. NB: gebruik niet een eSwab (deze heeft een roze of oranje dop en bevat heldere vloeistof)
    • Op de kinderkliniek wordt nog vaak gebruik gemaakt van een neusspoelsel.
    • Een alternatief voor een nasofarynx-uitstrijk is een keeluitstrijk in UTM. Detectie van respiratoire virussen op dit materiaal heeft echter een wat lagere sensitiviteit vergeleken met een nasofarynx-uitstrijk.

    Bij interstitiële longbeelden waarbij een BAL of sputum is afgenomen kan het ook aangevraagd worden op de BAL of sputum.

    Bild

  23. Waarom zijn er meerdere materiaalsoorten vermeld in PCR/Typering/Sequenci onder tabblad ‘Pakketten’ voor respiratoire virussen?
  24. Antwoord:
    Voor elk materiaal zijn de virussen die worden bepaald identiek. Het in te sturen materiaal wordt bepaald door de voorkeur van de aanvrager. Zie voor meer informatie bij Hoe kan ik het beste onderzoek doen op respiratoire virussen?

  25. Wat moet ik doen als ik binnen 1 tabblad meerdere keren een zelfde soort materiaal wil afnemen (bijv. meerdere weefsels bij een OK)?
  26. Antwoord:
    Op dit moment dient na elk materiaal 1x op ‘OK’ gedrukt te worden en moet het volgende materiaal weer opnieuw worden aangevraagd door op de service unit ‘Microbiologische Kweken’ te klikken. Tip: door te klikken op de knop ‘Fototoestel’ voordat u de eerste keer op OK drukt, kunt u ervoor zorgen dat direct het juist tabblad voor staat als u weer de op service unit ‘Microbiologische Kweken’ klikt. Als alle aanvragen zijn gedaan, klik dan 2x op de knop OK zodat de aanvraag geheel is afgerond (Aanvraag Gereed melden).

    Bild

    Er wordt nog gekeken of een andere oplossing mogelijk is voor aanvragen van standaard afgenomen weesfels bij gewrichtsprotheses.

  27. Waarom staat bij sommige materialen de vraag ‘Identificatie container’?
  28. Antwoord:
    De xCare sticker is te klein om alle informatie die in xCare staat, ook op de sticker te kunnen printen. Als er meerdere gelijksoortige materialen worden afgenomen (bijv. meerdere weefsels bij een OK), verschijnt op elke sticker dezelfde materiaalsoort (in dit voorbeeld weefsel). Het advies is daarom dat op de container wordt aangegeven wát erin zit en een volgnummer op de container wordt gezet. Men kan dan aan de hand van de informatie op de container xCare invullen en het nummer van het materiaal vermelden bij ‘Identificatie container’. Dit nummer wordt geprint op de sticker. Aan de hand van het nummer op de sticker en de container kan dan worden bepaald welke xCare sticker op welke container moet.

  29. Waarom moet ik bij het definitief maken van een concept eerst op ‘Toepassen’ klikken en daarna pas op ‘OK’?
  30. Antwoord:
    Door eerst op ‘Toepassen’ te klikken wordt de datum van afname automatisch aangepast aan de werkelijke datum van afname. Het is belangrijk dat een juiste afnamedatum wordt vastgelegd, bijvoorbeeld om te kunnen achterhalen of de patient antibiotica kreeg op het tijdstip waarop het materiaal is afgenomen. Bovendien kan het materiaal door een onjuist vermelde afnamedatum te oud lijken en kan het laboratorium het materiaal afkeuren voor onderzoek.

 

 

 

 

 

aan de bovenkant van de bladzijde

Infobox

Vragen over GLIMS?

Vragen of suggesties kunnen vanaf 31
maart gestuurd worden naar:
infoglimsmmb[at]umcg.nl

Problemen met aanvragen?

Problemen met het bekijken van uitslagen?

Belangrijk: aanvragen die van tevorenin
xCare worden gezet en die na de
nacht van 31 maart worden ingestuurd,zullen
verdwijnen. Alleen als de stickersal
geprint zijn vóór maandag 31 maart,
blijven de aanvragen bestaan.

 

Imprint | Disclaimer